Intubatie

Intubatie is het aanbrengen van een buis (endotracheale tube) in de luchtpijp ten behoeve van beademingsapparatuur of om de luchtweg vrij te maken bijvoorbeeld bij een acute vernauwing van de luchtwegen.

Bij intubatie brengt een medicus of verpleegkundige een flexibele buis van siliconenrubber of van polyvinylchloride (pvc) naar binnen tussen de stembanden door tot ongeveer halverwege de luchtpijp (trachea). Dit kan geschieden via de mond of via een van de neusgaten. Na de intubatie wordt een manchet (cuff) opgeblazen die om het uiteinde van de tube ligt die in de trachea zit, om zo beademing onder druk mogelijk en aspiratie van maaginhoud onmogelijk te maken. Hierna wordt door met een stethoscoop op beide longen te luisteren gecontroleerd of de tube niet te diep ligt (als de buis niet in de trachea ligt maar in de linker of rechter hoofdbronchus wordt slechts 1 long beademd).

Intubatie is een vaardigheid die moet worden geleerd. In situaties waarin intubatie nodig is kan de patiënt vaak niet meer zelf ademen en ontstaat dus levensgevaar als de intubatie niet snel lukt. Problemen kunnen ontstaan bij mensen met een erg stijve of misvormde halswervelkolom, of afwijkingen aan de kaak. Op gebitselementen in slechte conditie wordt soms grote druk uitgeoefend, waardoor deze kunnen afbreken en eventueel zelfs in de luchtpijp rollen. Om deze reden worden ook plaatjes en kunstgebitten altijd eerst verwijderd.

Om goed zicht te hebben tijdens de ingreep wordt een laryngoscoop gebruikt. Het plaatje toont intubatie met de laryngoscoop volgens MacGill, met een recht blad, men werkt tegenwoordig[(sinds) wanneer?] echter voornamelijk met een laryngoscoop met een gebogen blad volgens MacIntosh, waarmee de intubatie gemakkelijker uitvoerbaar is. Door de mond wordt de ingang van het strottenhoofd zichtbaar gemaakt, waarna de buis wordt ingebracht. De buis wordt ook wel tube of endotracheale tube genoemd.

Het is van belang om de juiste diktemaat van de buis (endotracheale tube) te kiezen daar bij te dikke buizen het invoeren wel lukt, maar binnen enkele uren het slijmvlies van strottenhoofd en/of luchtpijp ernstig beschadigd kan raken. Daarom kiest men een maat tube die voldoende ruimte laat om de bloedvoorziening van het luchtwegslijmvlies niet te belemmeren door de druk van een te dikke buis. Een ander risico betreft het hergebruik van zelf gesteriliseerde tubes, die daardoor toxisch kunnen worden voor het slijmvlies van de luchtweg. Dit alles kan leiden tot littekenvorming en vernauwing van de luchtweg. Als gevolg hiervan ontwikkelt zich de daarbij behorende benauwdheid en gierende ademhaling (stridor) in de loop van weken na het verwijderen van de buis (de extubatie). De behandeling van zulk letsel is niet eenvoudig, zeker niet bij kinderen. (Deze behandeling is tegenwoordig[(sinds) wanneer?] meestal operatief.) Het intuberen vereist dus een gevoelige hand en kennis van de risico's.

intubatie
Intubación endotraqueal-8.jpg