Isfahan

Isfahan of Esfahan (Perzisch: اصفهان) is een stad in Iran met 1,8 miljoen inwoners (2011) en is daarmee de op twee na grootste stad van Iran. De stad ligt ongeveer 340 km ten zuiden van Teheran. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Isfahan.

De stad ligt in een oase op het hoogland van Iran, aan de noordoever van de Zayandeh.

De stad bestond al in de oudheid en stond toen bekend als Aspadana. In de tijd van de Parthen was het de hoofdstad van de provincie Boven-Perzië van dat rijk.

Tijdens de Babylonische ballingschap werden Joden naar Isfahan verplaatst. Nog steeds woont er een kleine joodse gemeenschap in de stad.

De Arabieren veroverden de stad in het jaar 643. De stad behield een belangrijke functie. De ligging aan de zijderoute maakte dat de stad bekend raakte om haar zijde.

Isfahan werd in de 11e eeuw, ten tijde van de dynastie van de Seltsjoeken, de hoofdstad van Perzië. Toentertijd woonde de beroemde arts en filosoof Avicenna in Isfahan. In de dertiende eeuw veroverden de Mongolen de stad en verwoestten haar grotendeels. In oktober of november 1387 trok Timoer Lenk naar Isfahan. Uit angst gaf de gouverneur van de stad zich onmiddellijk over. 's Nachts kwam de bevolking echter in opstand waarop Timoers soldaten reageerden door het ombrengen van de 70.000 inwoners en het verwoesten van de stad.

Onder de Safaviden werd Isfahan in 1598 echter opnieuw de hoofdstad van Perzië. De stad kwam tot bloei onder sjah Abbas I de Grote. In deze periode werden de belangrijkste bouwwerken gebouwd, zoals het plein van de Emam. De bevolking van de stad was toen ongeveer 1 miljoen inwoners. Abbas I verplaatste veel groepen handelaars naar zijn nieuwe hoofdstad, waaronder ook veel Armeniërs en Joden die vrijelijk hun godsdienst mochten belijden. De Perzen noemden het toen zelf 'Nesf-e-Jahan', 'de halve wereld', waarmee ze bedoelden dat als je het gezien had, je de halve wereld gezien had. De Nederlandse VOC had van 1623, toen de koopman Huibert Visnich er voor het eerst arriveerde, tot 1747 een handelspost in Isfahan.[2]

Deze bloeiperiode duurde totdat de Afghanen de stad in 1722 veroverden en de stad grotendeels verwoestten. Shiraz werd hierop de hoofdstad van Perzië. In 1729 werden de Afghanen weliswaar verdreven, maar de stad kreeg nooit meer zijn oude status. Mashhad, Shiraz en later Teheran werden hierna de hoofdsteden van Iran.

Plein van de Emam of het "Imam Plein" is het centrale plein van Isfahan. Het is een van de grootste pleinen ter wereld.

Aan dit plein liggen twee beroemde moskeeën: de Masjid-i-Sjah, die met kleurrijke tegels bekleed is, en de Masjid-i-Sjeik-Lutfullah, een moskee met een beroemde blauwe koepel. Ook ligt aan dit plein het Ali Qapupaleis. Door de UNESCO Commissie voor het Werelderfgoed werd het plein Meidan Emam en de omliggende gebouwen tot Werelderfgoed verklaard in 1979.

Andere bezienswaardigheden in Isfahan zijn:

Daarnaast is de Armeense wijk Nieuw Culfa bekend. Sjah Abbas I verplaatste zo'n 3000 Armeniërs naar Isfahan om de handel te bevorderen. Zij waren vrij om hun religie te belijden en bouwden onder andere de Vank, een Armeense kathedraal. De kerk is van binnen volledig beschilderd met christelijke kunst in de stijl van de renaissance.

De stad is vanouds een handelsstad. In de stad is veel textielindustrie, waaronder ook zijde en Perzische tapijten.

In de omgeving van de stad vindt veel landbouw plaats, waaronder katoen, graan en tabak.

De stad heeft zowel spoor- als wegverbindingen met de rest van Iran. De stad heeft een internationale luchthaven en binnenkort[(sinds) wanneer?] wordt de metro opgeleverd.

Naast religieuze opleidingen heeft Isfahan 13 universiteiten.

Net buiten Isfahan bevindt zich een kerncentrale. Iran beweert dat deze centrale nodig is voor de elektriciteitsvoorziening. Sommige westerse landen verdenken Iran ervan met behulp van de centrale plutonium te willen opwerken voor kernwapens.

Plein van de Emam in Isfahan
Chehel Sotoon-paleis
Brug Si-o-se Pol in Isfahan